vrijdag 11 januari 2013

Vieze rijken

Wie kent ze nog, de wasboekjes. Ooit, toen wasmachines nog niet in beeld waren en de tobbe met wringer nog gemeengoed waren, was er ook nog een andere mogelijkheid om de was gedaan te krijgen. Dat was de wasserij. Je leverde er je was in, samen met een boekje waarin het aangeboden textiel genoteerd stond, en een paar dagen later was de was schoon, gestreken en vaak ook gesteven.
In het getoonde voorbeeld wordt ons een blik gegund in het hygiënische leven van een alleenstaande man. Bewoner van een Wassenaarse villa, van oude Gelderse adel, grootgrondbezitter en – blijkens zijn belastingaangiften – ook een miljonair. Wat hij echter miste was een vrouw of een dienstbode, zodat hij bij uitstek een potentiële klant van de publieke wasserij was. In zijn nalatenschap bevinden zich twee wasboekjes die de periode 1945-1951 omvatten. Daaruit blijkt dat hij elke maand naar de wasserij in zijn omgeving toog om zijn lijfgoed te laten reinigen. De conclusies zijn naar moderne maatstaven schokkend. Wat een ander te zien kreeg werd soms wel meerdere keren per maand verschoond, maar voor het overige was het schrikken. In feite werd maar één keer per maand van ondergoed gewisseld.